Dekolonisatie - Peter Hoet

Op 7 maart 2024 was Nadia Nsayi te gast in de Academiezaal van Sint-Truiden.  Ze gaf er een lezing over ons koloniaal verleden en over de manier waarop we vandaag naar dat verleden moeten kijken.  Bovenhuids vroeg aan Peter Voet of hij een nabeschouwing wou schrijven over deze boeiende uiteenzetting.  Peter was jarenlang rechter in Hasselt en vandaag is hij raadsheer in het Hof van Cassatie.  In zijn vrije tijd is hij voorzitter van het Willemsfonds Sint-Truiden. Peter ging met veel enthousiasme aan de slag.  Zijn blik op de lezing leest u hier.

1. Het miskennen van het gelijkheidsbeginsel wordt meestal omschreven als het verschillend behandelen van gelijke toestanden en het gelijk behandelen van ongelijke toestanden. Wat verschillend is, mag niet gelijk en wat gelijk is, mag niet verschillend worden behandeld. Dit discriminatieverbod lijkt evident, maar is nochtans relatief. “De opvatting of die gelijkheid in werkelijkheid voorhanden is, is zeer betrekkelijk. Ze berust immers op een waardeoordeel waaromtrent de meningen kunnen verschillen.” (A. MAST, “Overzicht van het Belgisch Grondwettelijk Recht”, Story, 1981, Gent, blz. 500).  Het kan onverantwoord, zelfs verwerpelijk en verachtelijk zijn, verschillende toestanden toch niet gelijk te behandelen of gelijke toestanden toch niet verschillend. 

De vraag is dus te weten wat een verschillende of een gelijke toestand is, of nog, wanneer doet de vergelijking tussen twee toestanden ertoe? Of een verschil een verschil uitmaakt dat een ongelijke behandeling verantwoordt, moet worden beoordeeld in functie van de relevantie van dit verschil voor de benadering van de twee onderscheiden toestanden. En die relevantie houdt verband met de reden van die verschillende behandeling. In de selectie voor een basketbalploeg is de fysieke lichaamslengte relevant, en dus is het verantwoord kleinere mensen niet en grotere mensen wel te selecteren. De huidskleur daarentegen is volstrekt irrelevant voor het basketbalspel. Selecteren op basis van de huidskleur is bijgevolg een niet-toelaatbare discriminatie, terwijl dat niet zo is voor een selectie op basis van de lichaamslengte. Het zal meestal niet zo eenvoudig zijn. Aan het begrip gelijkheid is immers ook het begrip rechtvaardigheid verbonden. 

2. Er zijn gronden op basis waarvan er nooit gediscrimineerd mag worden. Artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, van 4 november 1950, dat een discriminatieverbod instelt, somt een aantal toestanden op die nooit relevant zijn om daarop een ongelijke behandeling te steunen: “Het genot van de rechten en vrijheden, welke in dit Verdrag zijn vermeld, is verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.” Artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948 bepaalt daarom: “Alle menselijke wezens worden vrij en gelijk in waardigheid en in rechten geboren.” 

Een verschillende behandeling van mensen op basis van hun afkomst of huidskleur is racisme en kan dus nooit worden gerechtvaardigd. 

3. Het is dit racisme dat de Belgisch-Congolese politicologe Nadia Nsayi in haar boek “Dochter van de dekolonisatie” bespreekt. Er was overigens in het koloniaal verleden van België niet alleen sprake van racisme. Foltering, mishandeling en economische uitbuiting waren in het Congo van Leopold II aan de orde van de dag. Leopold II verwierf Congo in 1885 op de koloniale conferentie van Berlijn. In 1908 nam België de onafhankelijk vrijstaat Congo over van zijn koning en in 1960 werd Congo in moeilijke omstandigheden onafhankelijk. Ook tijdens het Belgische bewind in Congo was racisme schering en inslag, maar de behandeling van de inheemse bevolking verbeterde. Er werden ook reeds kansen geboden aan sommige Congolezen, “de evolués”, die dan ook anders aankijken tegen de kolonisatie dan hun landgenoten. 

Maar Nadia Nsayi, master in de Internationale Politiek, wil hierbij niet blijven stilstaan. Het actuele probleem is immers hoe we hiermee nu moeten omgaan. Er zijn immers overal en onder meer in de publieke ruimte relicten aanwezig, die verwijzen naar ons koloniaal verleden, zonder aandacht voor dit toch donkere verleden uit de Belgische geschiedenis.

4. Dit aankaarten doet al vlug een spanningsveld ontstaat, zoals ook bleek tijdens de lezing die Nadia Nsayi over haar boek in Sint-Truiden voor CC-De Bogaard, Avansa Limburg en het Willemsfonds Sint-Truiden heeft gegeven op 7 maart 2024 in de Academiezaal. Immers de Belgische kolonisator heeft veel voorspoed gebracht voor de Congolezen. Er wordt dan verwezen naar de wegeninfrastructuur, het onderwijs en de medische hulp. En deze feitelijke verwezenlijkingen heeft Congo niet kunnen vasthouden en verder ontwikkelen na de onafhankelijkheid. Politicologe Nsayi treedt deze beschouwingen bij. Het is juist dat er veel vooruitgang is geboekt in Congo tijdens de kolonisatie, maar ze plaatst hierbij toch een terechte aantekening: die vooruitgang was ook en vooral in het economisch belang van de kolonisator. 

Vooral ontgoocheld en bedroefd is ze over de onmacht en onwil van de overheden in Congo om vooruitgang te realiseren in haar land van herkomst. Zij klaagt dan ook evenzeer de politieke corruptie aan en heeft dan ook lof voor de Belgen die nog steeds actief zijn in Congo om de Congolezen effectief vooruit te helpen. Maar ook hier plaats ze een kanttekening: de corruptie in haar land van de politieke machthebbers werden mede door buitenlandse overheden die in Congo actief zijn in stand gehouden. 

Deze niet te ontkennen feitelijke gegevens verantwoorden of rechtvaardigen geenszins dat we nu onze ogen gesloten houden voor het in het verleden onder meer massief gepleegde racisme. Zelfs als aan de Congolezen nu verwijten van incompetentie kunnen worden gemaakt, betekent dit niet dat wat in het verleden misgelopen is, daardoor wordt gerechtvaardigd.

5. En daarom moet nu hieraan aandacht worden besteed en dat brengt Nadia Nsayi onder in het begrip dekoloniseren. Dekoloniseren heeft dus niet alleen betrekking op het onafhankelijkheidsproces van de kolonie, maar ook en vooral op het herstel van de gelijkheid tussen de kolonisator en de gekoloniseerde in België zelf, of nog herstellen waar het op dat vlak in het verleden verkeerd is gegaan. 

Het verleden als feitelijk gegeven uitwissen, kunnen wij niet en wij, die hier en nu leven als verre nazaten van de kolonisatoren, kunnen er dan ook niet voor verantwoordelijk worden gesteld. Nadia Nsayi wil geen schuldigen aanduiden. Ze wijst wel op een systeem dat fout was, alhoewel een systeem zonder mensen die verantwoordelijk zijn voor de werking en verderzetting ervan, niet kan ontstaan of blijven voortbestaan.

Dat verhindert niet dat we wel met onze ogen naar dit verleden kunnen kijken, en moeten kunnen beseffen dat wat toen gebeurd is, onaanvaardbaar is, ook al heeft de kolonisatie welvaart en voorspoed met zich gebracht voor de gekoloniseerden. Door dit niet te willen zien, aanvaarden we ongelijkheid en verschillen, die er niet zijn en kunnen we niet komen tot de opbouw van een gemeenschappelijke toekomst. 

Voor dit hersteltraject kunnen we verwijzen naar de Wiedergutmachungspolitik, die het idee belichaamt dat de Duitse samenleving haar moeilijke verleden van nationaalsocialisme en de Holocaust effectief heeft verwerkt door een omvattend programma van strafprocessen, herstelbetalingen, excuses, oprichting van musea en monumenten, herdenkingen, aandacht voor het verleden in het onderwijs en de politiek, enzovoort.

6. Onze spreker heeft richtlijnen aangereikt voor deze dekolonisatie en dus een hersteltraject getoond. Haar afkomst en dus haar geschiedenis is verweven met de kolonisatie van Congo. Haar boek trekt je in onze koloniale geschiedenis en reikt oplossingen aan om dit koloniale verleden te verwerken. Nsayi Madjedjo, met roepnaam Nadia wordt in 1984 geboren in het ziekenhuis van Ngaliema, Kinshasa, de vroegere Clinique Reine Elisabeth. In 1989 verhuist ze met haar moeder naar België om in 2008 een masterdiploma in de Internationale Politiek aan de Katholieke Universiteit Leuven te behalen. Gedurende tien jaar was ze beleidsmedewerker Congo bij de ngo Broederlijk Delen en de vredesbeweging Pax Christi Vlaanderen. In die functie deed ze aan politieke beïnvloeding, stond ze journalisten te woord, gaf ze lezingen en reisde ze naar Congo, Rwanda en Burundi. Eind 2019 verliet ze de ontwikkelingssector voor de museumwereld. Ze werd curator Beeldvorming bij het Antwerpse MAS (Museum aan de Stroom) en co-curator van de internationaal bekroonde tentoonstelling ‘100 x Congo. Een eeuw Congolese kunst in Antwerpen’ (2020-2021). Nu is ze werkzaam bij het AfricaMuseum in Tervuren, waar ze verantwoordelijk is voor de culturele programmatie. In 2020 verscheen van haar hand “Dochter van de dekolonisatie”, recentelijk publiceerde ze  “Congolina. De Erfenis van Nele Marian” (www.nadiansayi.com).

Peter Hoet

Raadsheer Hof van Cassatie

Voorzitter WF-Sint-Truiden